De beladen kwestie rondom de dijkverzwaring van het Markermeer is maandag 22 januari opnieuw in de Raadsvergadering van de gemeente Koggenland aan de orde geweest.

De gemeenteraad is tot inkeer gekomen en heeft zich, nadat Gedeputeerde Staten haar zienswijze in eerste instantie als toiletpapier heeft gebruikt, geconfirmeerd aan ons amendement van 6 november 2017. Diezelfde gemeenteraad laat de eerste zienswijze van wethouder Knijn, Oeverdijk enig mogelijke oplossing, echter volledig in stand en zet derhalve zichzelf en de inwoners op een 1-0 achterstand. Overigens, een wethouder die door het CDA, ondanks zijn rampzalige optreden in dit dossier, op een prominente plaats op de kieslijst is gezet.

Op zich is het echter lovenswaardig dat de raad tot inzicht is gekomen en inziet dat de inwoners en de Ok(é) Partij het enige juiste standpunt innemen ter behoud van Scharwoude. Deze “nieuwe” zienswijze komt echter te laat en biedt te weinig  juridisch kansrijke mogelijkheden. De OK(é) Partij is echter al geruime tijd met dit beladen dossier bezig en gebruikt haar eigen -niet geringe- kennis in onderstaande ingediende zienswijze, waarbij wij hopen en verwachten dat dit succesvol zal blijken te zijn, met name door de aankondiging dat wij desnoods tot aan het Europees Hof zullen strijden!

Wij zijn er de 22e niet bij geweest  omdat wij niet met een 1-0 achterstand -door wethouder Knijn veroorzaakt- willen beginnen. Het belang van Scharwoude staat voor ons boven de partijpolitieke belangen van het CDA. Want, zoals zo vaak, stond ook in deze kwestie de Ok(é) Partij vanaf het begin pal achter onze inwoners en dat houden wij vol; niet alleen in verkiezingstijd, oordeelt u zelf:

 

Aan:

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland Directie Beleid/sector Ruimtelijke Ontwikkeling Versterking Markermeerdijken, Postbus 3007 2001 DA Haarlem.

Per aangetekende postbezorging Zienswijze Inzake zaaknummer 1017121, ontwerp-projectplan Waterwet ‘Versterking Markermeerdijken’, het  Milieueffectrapport (MER) en bijbehorende ontwerp uitvoeringsbesluiten.

Oudendijk, 19 januari 2018 De politieke beweging Onafhankelijk Koggenland (Oké partij), deel uitmakende van de Gemeenteraad van Koggenland vertegenwoordigd door haar raadslid de heer J.A.Mollet, afgevaardigden van de politiek beweging zomede inwoner van Koggenland  en daarmede belanghebbende, doet  voor zienswijze  inbrengen als volgt: Vaststelling van feiten Wij stellen de volgende feiten vast, -1- Er zijn aanzienlijke discrepanties in de gekozen oplossingen betreffende de verschillende dijk modules,vakken, deze discrepanties worden deels verklaard door ontbreken van maatschappelijk draagvlak voor de volgens de Alliantie goedkoopste oplossingen en het wel of niet aanwezig zijn van alternatieven.

-2-Terwijl de crisis en herstelwet aangeeft en zelfs als verplichting met zich draagt dat slechts het primaire doel dient te worden nagestreefd in deze casus te begrijpen onder de noemer: Klimaatbestendige inrichting, wordt een groot deel van de gelden bestemd voor het creëren van buitendijks natuurgebied die de gestelde “natuurcompensatie” aanmerkelijk te boven gaat.

-3-Dat klemt eens temeer daar de procedures die een inwoner casu quo belanghebbende kan voeren tegen het ontwerp – projectplan daardoor zeer beperkt wordt. 1 Onjuiste assumpties en ongemotiveerde stellingen In het cultuurhistorisch perspectief gezien is ook de ligging en daarmede de functie van de Westfriese Omringdijk van belang, nu vanwege de keuze voor een oeverdijk de directe objectieve perceptie van de West Friese omringdijk ingrijpend wijzigt, immers de afstand tussen Westfriese omringdijk en het IJsselmeer wordt zodanig dat er geen sprake  meer kan zijn van enige cohesie met de primaire functie. Daardoor  wordt de cultuur historische waarde ingrijpend meer aangetast dan bij de keuze van de inwoners van Scharwoude die immers primair uitgaat van traditionele, weliswaar iets aangepast en met gebruikmaking van de nieuwste technieken, dijkverhoging, Het bestuursorgaan heeft dat miskend en nagelaten daar enig adequaat onderzoek naar te doen  Een erkend deskundige op dit terrein de heer Dick de Waal uit Venhuizen deelde ons mee dat deze, onze visie in zijn beleving en afgezet tegen het historisch perspectief de enige juiste is . Daarnaast moeten de mogelijkheden om de bestaande, evenzeer in de beleving van de inwoners van Scharwoude historische dijk,  in stand te houden serieus worden onderzocht voordat deze onherstelbaar wordt beschadigd door de afstand die gaat ontstaan met het Markermeer. Het Deltaprogramma noemt niet voor niets de middeleeuwse dijken ‘zichtbare symbolen van het eeuwenlange leven met water, die het landschap identiteit geven en de waterrijke historie laten zien.’ De provincie Noord Holland heeft de Westfriese Omringdijk 25 jaar geleden een beschermde status gegeven, zij heeft haar tot Provinciaal Monument benoemd en is daarmede (mede) verantwoordelijk voor de instandhouding in al haar aspecten. Door de Omringdijk nu midden in het land te leggen  handelt zij in flagrante tegenstelling met deze plicht. De dijken moeten worden versterkt dat is niet nieuw, dat gebeurde vroeger ook al en die versterking heeft nooit enige negatieve invloed op het Provinciaal Monument de Westfriese Omringdijk gehad niet in te zien valt waarom dat nu wel het geval zou zijn.

2 Legitimatie Crisis en herstelwet Op de besluitvorming is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing echter nu een substantieel van de kosten niet worden besteed aan het primaire doel bescherming maar aan (veronderstelde) nieuwe natuur, vertaald in omzet en winst voor de Alliantie, plaatst het ontwerpprojectplan zich buiten de kaders van de  Crisis- en herstelwet Het bestuursorgaan heeft dat miskend waardoor de procedure niet juist  wordt gevoerd Het is evident dat daarmede in strijd wordt gehandeld met art.18 van het EVRM, het zogenoemde verbod van «détournement de pouvoir».  en wij zullen dan ook niet schromen,  indien U persisteert, dat aan het Europees Hof  in Straatsburg, voor te leggen Technische haalbaarheid en doelstellingen

Nu er in de beantwoording gesproken wordt over ontbreken van een proportioneel alternatief is het noodzakelijk dat er onderzoek naar werd gedaan echter dat er daadwerkelijk onderzoek naar is gedaan is twijfelachtig gezien het antwoord van de Provincie Noord-Holland (notitie bij antwoordmail van Mevissen, mw. drs. M.L.M. (Mathea), d.d. 17 juli 2017). 3 Betrouwbare overheid Uit het ontwerp: Het bevoegd gezag heeft in nauw overleg met de vergunningaanvrager ingestemd met de oeverdijk op deze locatie, omdat op deze manier de Westfriese Omringdijk hier behouden kan blijven. Bijkomend voordeel is dat hierdoor bij de Hulk de natuurcompensatie gerealiseerd kan worden. De dijk bij de Polder Zeevang maakt geen onderdeel uit van de Westfriese Omringdijk. Daarnaast is er bij de Polder Zeevang – anders dan bij Scharwoude – geen proportioneel alternatief voorhanden. Hoewel het college van Koggenland onverkort akkoord is gegaan met een oeverdijk en persisteert en de gemeenteraad in eerste instantie ook, zal de gemeenteraad op haar schreden terugkeren en verzoeken af te zien van een oeverdijk. Wat daar ook van zij, de gemeenteraad was in haar primaire besluit niet unaniem. Bij de behandeling van haar besluit werd door de OK(é) partij een amendement ingediend waarin wel zoals de raad nu zal doen, de oeverdijk resoluut als alternatief werd afgewezen: Tekst uit dat amendement: 1. Kennis genomen hebbende van het advies van ons college van burgemeester en wethouders, dat advies te verwerpen en mitsdien niet akkoord te gaan  met de aanleg van een oeverdijk in onze gemeente en in de plaats daarvan als enige wezenlijke in het kader van het dijkversterkingsproject Markermeerdijken oplossing te vinden in een traditionele dijkversterking zoals dat op meerdere plaatsen in dit project, ook in de nabijheid van de West-Friese Omringdijk al is voorzien; 2. Het college op te dragen het oorspronkelijke advies te wijzigen als in bullit 1 vermeld en het alsdan dusdanig in te brengen,  bij het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland dat daaruit duidelijk blijkt dat  de gemeente Koggenland niet akkoord gaat met een oeverdijk maar wel met een traditionele, hoewel gebruik makend van de nieuwste voorhanden zijnde technieken en inzichten, dijkverzwaring  Mitsdien kan niet worden gesteld dat het bevoegde gezag “ingestemd zou hebben met de Oeverdijk” nu er in eerste instantie een minderheid van het hoogste orgaan, de Gemeenteraad,  en in tweede instantie een meerderheid daarvan zich keert tegen een oeverdijk. Overigens baseert zich het College akkoord Oeverdijk zich evident op onjuiste gronden en non-wetenschap zodat daarmede de legitimiteit aan haar besluit  ontbreekt. 4 Maatschappelijk draagvlak Bij de beantwoording van de zienswijzen erkend, zodat nu juridisch als feit vaststaand  dat er geen maatschappelijk draagvlak voor een Oeverdijk bestaat. Toch werd in dijkvak module 3 gekozen voor die Oeverdijk gelegitimeerd door het feit dat er geen proportioneel alternatief voorhanden zou zijn, dat impliceert dat als er aantoonbaar wel een proportioneel alternatief bestaat het standpunt moet worden aangepast aan dat maatschappelijk draagvlak.

Conclusies Op grond van bovengenoemde feiten , omstandigheden en onjuiste aannames dient te worden geconcludeerd dat het projectplan dusdanig veel omissies en fouten vertoond dat er sprake is van een onrechtmatige vaststelling zodat deze dient te worden vernietigd. Daarbij heeft het bestuursorgaan niet voldaan aan artikel 3.2.1 AWB immers, door een uitgave te budgetteren die een veelvoud van de kosten voor het primaire doel betreffen, legitimatie van de veel duurdere oeverdijk door te stellen dat de meerkosten worden gelegitimeerd door het ontstaan van nieuwe natuur is en het ten onrechte gestelde , ontbreken van proportionele alternatieven is  primair gehandeld tegen het zorgvuldigheidsbeginsel. Dit  zorgvuldigheidsbeginsel neemt een belangrijke plaats in het bestuursrecht in. Het heeft betrekking zowel op de voorbereiding van besluiten als op de besluitvorming zelf. Het eerste aspect, de zorgvuldige voorbereiding, vindt zijn neerslag in artikel 3.2.1, dat handelt over de vergaring van kennis omtrent relevante feiten en omstandigheden en omtrent de af te wegen belangen. Voor beschikkingen is in hoofdstuk 4, in aanvulling op deze algemene zorgvuldigheidsplicht, een nader uitgewerkte regeling geboden van het horen van belanghebbenden in de voorbereidingsfase. Een zodanige hoorplicht kan niet voor besluiten in het algemeen worden vastgelegd. De diversiteit van typen besluiten is daarvoor te groot. Ten einde niettemin ook bij besluiten in het algemeen over een gehar-moniseerde hoorregeling te beschikken, biedt afdeling 3.4 een facultatieve hoorregeling voor die gevallen waarin hetzij de wetgever, hetzij een bestuursorgaan zelf dat doelmatig oordeelt. Een belangrijk ander aspect van het zorgvuldigheidsbeginsel betreft de voor de besluitvorming noodzakelijke belangenafweging. Artikel 3.2.3, eerste lid, scherpt het bestuur in dat, binnen de ruimte die de wet daarvoor laat, in beginsel alle relevante belangen die door het besluit zullen worden geraakt, moeten worden meegewogen; in artikel 3.2.1 is het bestuur de verplichting opgelegd om met het oog op deze belangenafweging de nodige kennis te vergaren. Het tweede lid van artikel 3.2.3 strekt ertoe het verbod van willekeur en het evenredigheidsbeginsel in hoofdzaak te codificeren. Een in zeker opzicht aan artikel 3.2.3 complementair voorschrift biedt artikel 3.2.2. Waar artikel 3.2.3 bepaalt dat de relevante belangen moeten worden meegewogen, maakt artikel 3.2.2 duidelijk dat andere belangen géén rol mogen spelen, door te bepalen dat de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel mag worden gebruikt dan waarvoor die bevoegdheid is verleend: het zogenoemde verbod van «détournement de pouvoir».

Overigens behouden wij ons uitdrukkelijk  het recht voor onze standpunten in deze zienswijze nader aan te vullen en te verduidelijken en verzoeken wij indien U zou besluiten tot afwijzing van onze stellingen vooraf mondeling te worden gehoord waarbij wij nu reeds aankondigen, wij zullen worden vergezeld van getuige deskundigen.

Onder voorbehoud van alle rechten en weren, verblijven wij met verschuldigde hoogachting,

namens de OK(é) Partij

J.A.Mollet                               Dorpsweg 97 1631 DJ Oudendijk 0229-505075

Reacties