Het was een bijzondere Raadsvergadering, de vergadering van 6 november jl. Om te beginnen was het voor een ieder een ‘verrassing’ een overvolle publieke tribune te mogen aanschouwen. Bewoners uit Spierdijk en Scharwoude waren in grote getale aanwezig om hun beider zaak kracht bij te zetten. Bewoners uit Spierdijk communiceerde vooral door middel van een groot spandoek met daarop de dringende wens tot het verkrijgen van meer senioren- en starterswoningen en de bewoners uit Scharwoude kwamen uiteraard het alternatief m.b.t. de oeverdijk/Markermeer bepleiten.

De fractie van de Ok(é) Partij trachtte te verhinderen dat het College instemming zou betuigen met het standpunt van Gedeputeerde Staten met betrekking tot de kwestie Oeverdijk. De coalitiefracties kwamen niet verder dan een akkoord voor de oeverdijk en het verzoek richting Gedeputeerde Staten om het alternatief in overweging te nemen. Zo’n zwakke stelling heeft naar onze mening geen enkele kans van slagen en doet zeker geen recht aan alle inspanningen van de inwoners van Scharwoude. Zelfs na een korte schorsing en de steun van PvdA en GBK, waren de coalitiefracties niet in beweging te krijgen. Een gemiste kans..

Wat ons werkelijk goed deed was dat, de massaal aanwezige inwoners van Scharwoude, middels een warm applaus, (het enige van de avond) hun waardering lieten blijken voor het betoog van fractievoorzitter, Jim Mollet, over het feit dat het College de belangen van de inwoners moet verdedigen en niet de weg van de minste weerstand moet volgen. Ofwel, domweg akkoord gaan met het standpunt van Gedeputeerde Staten standpunt.

De burgemeester was zo verrast door dat applaus dat hij zelfs vergat er wat van te zeggen…….

Waarom is onze motie, waarin we expliciet niet akkoord gaan met het advies dat het college afgeeft aan Gedeputeerde Staten nu zo belangrijk geweest en waarom is het (aangenomen) amendement van de coalitie met steun van “oppositie“partij Progressief Koggenland het papier waarop het is gedrukt niet waard? Welnu, het hele project wordt uitgevoerd onder de regels van de Crisis en Herstelwet (CHW) en één van de bepalingen daarvan geeft met name provincies extra bevoegdheden en ontneemt overheden (de gemeente Koggenland ) het recht om tegen elkaar in beroep te gaan.

Wanneer een individuele burger, of de belangengroep Scharwoude, wel in beroep gaat wordt die ongetwijfeld met het advies van het College Koggenland om de oren geslagen en krijgt te horen

“Uw bestuur, Uw gemeente,  die de inwoners van Koggenland zou moeten vertegenwoordigen, is het onverkort eens met het standpunt van Gedeputeerde Staten en derhalve eens met het aanleggen van de Oeverdijk”.

Naar de frasen die de coalitie heeft toegevoegd in haar amendement, maar die OOK uitgaan van de onherroepelijkheid van de oeverdijk,  wordt niet eens gekeken. Procedureel bestaan die frasen niet eens………. Kortom, College en coalitie + Progressief Koggenland zorgen ervoor dat de belangengroep Scharwoude met een 10-0 achterstand aan een eventueel juridisch traject, dat in de CHW toch al beperkt is,  beginnen en Gedeputeerde Staten lacht in haar vuistje ………

Wij danken GBK en PvdA, die samen met ons probeerden het amendement van de pluchezitters en bijbankers Welzijn Koggenland en Progressie Koggenland gewijzigd te krijgen. Slechts één extra zin zou een unaniem Raadstandpunt hebben opgeleverd. Eén zin die het College-advies voor een deel zou hebben ontkracht.

Wij, als Ok(é) Partij, bieden onze oprechte excuses aan aan de inwoners van Scharwoude voor het feit dat wij er niet in geslaagd zijn hun stem extra kracht mee te geven. Wij hebben -zij aan zij met jullie-  gestreden voor wat wij waard zijn.

Dan de begroting 2018… naar de mening van de Ok(é) Partij een veel te rooskleurig verhaal. Wanneer wij terugkijken op het afgelopen jaar moeten wij constateren dat Koggenland op veel gebieden steeds verder afglijdt. Zo stonden wij bijvoorbeeld in 2013 op nummer 112 van de ranglijst van meest MKB vriendelijke gemeenten. In 2016 zijn wij maar liefst 25 plaatsen gezakt, naar de 138e plaats. Dan is het een rare gewaarwording te moeten lezen dat Koggenland zich in de top van MKB vriendelijke gemeenten zou bevinden. Wij vragen ons dan af hoe hoog het college de lat legt…

Datzelfde geldt voor de Onroerende zaak belasting (OZB) die, ook na de éénmalige vermindering in 2018, nog 35% hoger is dan aan het begin van deze coalitie periode.   

Dat zijn echter details in vergelijking tot de grote lijn die onze fractie waarneemt. Het is de periode van de grote bezuinigingen die onze inwoners zich hebben moeten laten welgevallen.

In de afgelopen jaren is er bovendien geen aanstalten gemaakt om te komen tot kleinschalige woningbouw in de kleine kernen terwijl het naar de mening van onze fractie twee voor twaalf is geweest.

Kortom onze fractie kijkt reikhalzend uit naar de verkiezingen waarna hopelijk wel adequaat beleid mogelijk zal worden.

Dan willen wij graag met u delen wat ons opviel in de programmabegroting voor 2018. In de programmabegroting wordt vaak de term ‘voorlopige aangifte Vennootschapsbelasting’ gebruikt. Er is echter maar één definitieve aangifte mogelijk die duidelijk, stellig en zonder voorbehoud moet worden ingevuld (art 8 AWR). Wat de wethouder –naar onze mening- bedoeld is dat er verzoeken of wijzigingen op de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2014 t/m 2017 zijn ingediend. Die hebben echter niets te maken met aangiften.

Waarom zou zij dat doen? Wij hebben sterk het vermoeden dat dat is om te verhullen dat anders de programmabegroting niet gaat sluiten met een plus van € 82.000,– maar met een min van € 1.684.126,–. Wij vrezen dat onze inwoners daarvoor opnieuw zullen bloeden.

Het was niet eens nodig geweest. Samen met een ander oppositiefractie hebben wij reeds in 2015 aangegeven dat we een openingsbalans moesten opstellen die van het meest ernstige scenario moest uitgaan en daarbij een ruling moesten proberen te bereiken met de belastingdienst waar toen nog de ruimte voor was en zoals in het bedrijfsleven dagelijks wordt toegepast.

Dat was echter ‘zeuren’ volgens de wethouder en de coalitie. De kans dat we voor het woningbedrijf  Vennnootschapsbelasting moesten betalen zou minimaal zijn. Wij gaven echter toen al aan dat het  standpunt van vermogensbeheer ondergeschikt zou zijn aan de concurrentie die het woningbedrijf aangaat met woningcorporaties en private partijen. Maar ja, een wethouder die toen in het debat stug en tot onze stomme verbazing aangaf dat de aangifte VPB voor 1 april moest worden gedaan (in plaats van 1 juni zoals wij terecht aangaven) geeft er toch blijk van niet over de vereiste kennis van de materie te beschikken.

Wij beschikken echter wel over die kennis en dat hebben wij aangetoond middels onderstaand schrijven van de staatsecretaris van financiën in kamerstuk in Kamerstuk 34.552 nummer 87 van 19 september 2017. Dit schrijven diende als antwoord op Kamervragen van de SP fractie.

Uit de wetssystematiek volgt dat de gemeenten (publiekrechtelijke rechtspersonen) voor deze activiteit (woningbedrijf) in beginsel belastingplichtig zullen zijn. Onder het drijven van een onderneming in fiscale zin wordt namelijk mede verstaan een daarmee overeenkomende werkzaamheid waardoor in concurrentie wordt getreden met andere belastingplichtige ondernemingen. In casu is daar sprake van, namelijk met woningcorporaties en andere verhuurders.

Het beleid van deze wethouder kost onze gemeente 1.5 miljoen euro……

Het worden spannende tijden maar voor onze fractie staat als een paal boven water dat er na maart 2018 puin geruimd moet worden en dat deze begroting 2018 weleens ver van  de te realiseren cijfers staat……

Een flinke dosis frustratie over het feit dat wij steeds meer respons krijgen van u, als inwoners, blijkt uit het verwijt van de VVD fractievoorzitter dat wij slechts problemen aandragen en niet met oplossingen komen. Uw respons overtuigt ons echter dat wij op de goede weg zijn en geeft ons de kracht om onverminderd voort te gaan. De tirade van voornoemde fractievoorzitter laten wij derhalve glimlachend van ons afglijden.

Afsluitend herhalen wij nog maar eens dat wij het hoog tijd vinden voor verandering! Wanneer u dat met ons eens bent, dan hopen wij op 21 maart a.s. op uw steun te mogen rekenen.

Wellicht gaat u nog een stap verder en sluit u zich bij ons aan om onze standpunten te verdedigen en voor het voetlicht te brengen. Wij kunnen versterking nog goed gebruiken. Indien u interesse hebt, neemt u dan contact op met Hanneke Tinor-Centi via htinorcenti@hotmail.com of 06-46590516. Wij gaan gráág met u in gesprek en wellicht zit er een mooie samenwerking in!

Reacties