Provincie Noord-Holland – ‘We hebben een belangrijke rol die we zo goed mogelijk willen vervullen.’

http://www.noord-holland.nl/web/Projecten/Transitie-Jeugdzorg/Transitie-Jeugdzorg/Artikel/We-hebben-een-belangrijke-rol-die-we-zo-goed-mogelijk-willen-vervullen..htm

We hebben een belangrijke rol die we zo goed mogelijk willen vervullen.’

Over een paar weken gaat de nieuwe Jeugdwet van kracht. Raadsleden stellen de kaders en controleren de uitvoering. Hoe bereiden zij zich voor op deze taken? Vier raadsleden uit Schagen, Koggenland, Hilversum en Heerhugowaard over risico’s en kansen.

Rijdende trein

Wethouder Snoek, gemeente Haarlem (nieuwsbrief 29 oktober, red.): ‘De transitie vraagt veel van de nieuwe bestuurders en raadsleden. Het vraagt dat zij zich in korte tijd in oude- en nieuwe dossiers over de jeugdzorg verdiepen.’ Hoe is dit de afgelopen maanden gegaan?
Jim Mollet (Oké partij, gemeente Koggenland): ‘Jeugdzorg gaat mij erg aan het hart. Ik ben docent op een MBO en verbaas me nog steeds over de gezinssituatie waar sommige jongeren uitkomen. Afgelopen voorjaar reed de trein natuurlijk al en het was voor ons als nieuwe raadsleden lastig om hier op te springen en in te schatten, waar op het traject de trein zich bevond. Vanuit het college krijgen wij weinig concrete informatie: “We zijn ermee bezig,” is hun boodschap. Maar waarmee precies? Het proces en de piketpaaltjes zijn voor mij niet helder.’

Complexe materie

Marleen Remmers (GroenLinks, gemeente Hilversum) bekent dat zij de decentralisatie heel complex vindt: ‘Ik ben vanaf maart raadslid en we hebben het onderwerp zeker zes keer besproken, maar het blijft moeilijk om zicht te krijgen op het hele plaatje. Over hoeveel gezinnen hebben we het? Hoeveel jongeren? En welke zorg ontvangen ze? De nieuwe Wmo en Participatiewet zijn voor gemeenten al wat bekender terrein, maar jeugdzorg is helemaal nieuw. Dat gegeven, gekoppeld met de zorgen die je uit verschillende hoeken hoort, maakt wel dat ik me realiseer dat ik een belangrijke rol heb. Die rol wil ik zo goed mogelijk vervullen en ik wil uiteraard de juiste keuzes maken, maar daarvoor is het nodig dat er eerst meer feitelijke informatie komt.’ Marcel Sanders (CDA, gemeente Schagen) is een van de weinige raadsleden uit Noord-Holland die wegens de gemeentelijke herindeling in Schagen al langer meedraait als raadslid (Schagen had in maart geen verkiezingen, red.). Marcel: ‘Ik vind het heel prettig dat ik al wat langer betrokken ben bij deze transitie. In 2013 nam ik deel aan een regionale klankbordgroep van raadsleden en als klankbordgroep mochten we in een vroeg stadium iets van de visie- en uitvoeringsnota’s vinden. Hierdoor ben ik vrij goed bekend met de inhoud.’ John Does (HOP, gemeente Heerhugowaard) zit in zijn tweede termijn als raadslid en had afgelopen zomer voor het eerst grip op wat deze decentralisatie inhoudt: ‘We zijn al twee jaar bezig en nu heb ik pas een goed idee van wat de decentralisatie behelst en waar we wel- en geen invloed op hebben.’

Stoeien met kaders

Marcel Sanders: ‘Het stellen van de kaders als regio is lastig. Daar zijn we continue mee aan het stoeien. In de basis gaat het erover dat zorg bereikbaar, laagdrempelig en beschikbaar is voor iedereen die dat nodig heeft. Afgelopen jaar liep in Schagen en Hollands Kroon een pilot waarin met een wijkgerichte aanpak van de jeugdzorg is geëxperimenteerd. Deze ervaring nemen de wijkteams die vanaf 1 januari aan de slag gaan, mee. Daarbij hebben beide gemeentes de mogelijkheid om het individuele beleid aan de voorkant vorm te geven. De meer specialistische kennis en de overige ondersteunende faciliteiten voor de gemeenten zijn in een gezamenlijke backoffice geborgd.’ In de gemeente Hilversum is gekozen voor een “zachte landing”. Dit houdt in dat de huidige jeugdzorgtrajecten en afspraken niet worden gewijzigd en dat de huidige hulpverlening ook na 1 januari 2015 doorgaat. In de periode na 1 januari 2015 gaan we bekijken  hoe de jeugdzorg echt anders georganiseerd kan worden, aldus Marleen Remmers. Marleen: ‘Ik ben blij dat we deze keuze hebben gemaakt, er is al onduidelijkheid genoeg en we kunnen pas nieuwe kaders stellen als we weten waar we het over hebben. Als we weten op welke onderdelen het huidige stelsel daadwerkelijk moet worden herzien. Een aandachtspunt is wel dat we na 1 januari het gevoel van urgentie zouden kunnen gaan missen. Dat we op 2 januari denken: “Hèhè, gelukkig zijn er geen drama’s gebeurd, we kunnen gewoon door.” Met het college hebben we goede afspraken gemaakt om dit te voorkomen.’

Zo veel mogelijk informatie

Wat heeft de raad nodig om de uitvoering te kunnen controleren? Jim Mollet: ‘Nu wil ik vooral zoveel mogelijk informatie; over de wereld van de jeugdzorg en over wat er nu bij burgers leeft. Op mijn bureau liggen vier verschillende kranten om de publieke opinie bij te houden en ik probeer naar zoveel mogelijk bijeenkomsten te gaan. Eind november was ik bijvoorbeeld op een interessante bijeenkomst in Heerhugowaard over jeugdrecht in ontwikkeling. Daarnaast wil ik tussentijds horen welke keuzes gemaakt worden en waarom, en niet aan het eind van de rit een kant-en-klaar product krijgen. Ik sta hierdoor bij het college wel bekend als lastig, maar ik zie het als mijn plicht om betrokken te zijn.’

Vertrouwen

Marcel Sanders wil in 2015 ‘voldoende informatie krijgen om de juiste vragen te kunnen stellen’: ‘Wij bepalen nu de kerngetallen die wij in de toekomst willen ontvangen om goed zicht te houden op deze decentralisatie. Hoe meten we of jongeren tevreden zijn met de ondersteuning die ze krijgen? Hoeveel gesprekken hebben gezinnen nodig voordat ze de juiste ondersteuning ontvangen? De ISD (Sociale Dienst en Regionaal Bureau Leerlingzaken in Kop van Noord-Holland, houdt per 1 januari 2015 op te bestaan, red.) rapporteert nu maandelijks en op een zelfde soort wijze zou graag ik over de jeugdzorg geïnformeerd willen worden.’ John Does vraagt zich af hoe hij straks de kwaliteit van de dienstverlening kan controleren: ‘We gaan voor betere jeugdzorg, maar hoe weet ik of dit straks het geval is? Ik ben geen inhoudelijk deskundige dus in de terugkoppeling moet ik vertrouwen op de informatie van professionals. Ik zal ook zelf nog wel wat instellingen bezoeken om een beter beeld te krijgen van de effecten van het nieuwe beleid, maar uiteindelijk heeft de professional hier natuurlijk ook het best zicht op. Ik heb weleens iemand horen zeggen: “Vertrouwen is goed, maar controle is beter.” Daar geloof ik geen snars van. Vertrouwen is de enige gezonde basis.’

Hoofdlijnen of details

Marleen Remmers hoopt dat de raad in Hilversum de juiste balans tussen details en hoofdlijnen weet te vinden. Marleen: ‘Het is een uitdaging voor de raad om ons op de grote lijnen te blijven concentreren en niet op de stoel van wethouder of erger nog van de ambtenaar te gaan zitten. Als raadslid moet je ook durven vertrouwen op de kwaliteit van de ambtelijke organisatie en niet op details blijven hangen. Tegelijkertijd verschillen de meningen over wat details zijn. Mijn partij vindt privacy bijvoorbeeld heel belangrijk en nu de jeugdzorg in Gooi en Vechtstreek met een nieuw systeem gaat werken, hameren wij erop dat persoonsgegevens hierin beschermd zijn. Andere partijen zullen dit wellicht weer een detail vinden.’

Controleren op preventie

Marleen: ‘Een andere uitdaging op het gebied van sturing en controle, vind ik het feit dat we meer preventief ondersteuning willen bieden. Ik ben ervan overtuigd dat preventieve ondersteuning kan helpen om later zware hulpverleningstrajecten te voorkomen. Op de uit huis plaatsingen en zware zorgtrajecten kunnen we niet bezuinigen; de veiligheid van kinderen staat voorop en als een zwaar zorgtraject nodig is, dan moet dit er komen. Cijfers over extra uit huis plaatsingen zeggen me dan niet zoveel. Ik vind het wel interessant om meer zicht te krijgen op het effect van preventie. Wat zijn zinvolle vormen van preventie? Ik hoop dat we dat in beeld kunnen krijgen.’

Samen doen

Welke kansen brengt de decentralisatie volgens de raadsleden met zich mee? Marcel Sanders: ‘Het feit dat we de term ‘samen doen’ operationaliseren en gezamenlijk verantwoordelijk zijn om onze kinderen en jongeren een veilig thuis te bieden, vind ik een kans van deze transitie. Niet alleen professionals, maar alle inwoners hebben een verantwoordelijkheid. Dat is een kans en een risico tegelijk, want hebben professionals wel voldoende tijd om mantelzorgers en vrijwilligers waar dat nodig is te ondersteunen? En hoeveel extra verantwoordelijkheid kunnen vrijwilligers aan? Dat zullen we het komende jaar gaan zien.’

Sneller schakelen

Jim Mollet: ‘De belangrijkste kans van de transitie Jeugdzorg vind ik dat we sneller kunnen schakelen en dat we als gemeente goed benaderbaar zijn voor burgers. In Koggenland wordt de burgemeester de kinderombudsman; een schitterend initiatief! Kinderen en jongeren die een vraag hebben over hun rechten en plichten, kunnen hem direct benaderen. Ook als raad zijn we beter benaderbaar. Ik ben twee weken geleden gebeld door een man wiens kinderen al anderhalve maand niet naar school kunnen. Wegens agressief gedrag was er geen school die die kinderen meer toeliet. Ik heb toen deze meneer en een aantal ambtenaren bij elkaar gehaald. We maken nu al snelle slagen!’

Beter benaderbare raad

Marleen Remmers: ‘Een voordeel van de decentralisatie is dat bewoners die in een jeugdzorgtraject zitten, waarschijnlijk gemakkelijker een raadslid zullen aanspreken op wat beter kan. Eerder dan een lid van de raad van toezicht, of iemand van de provincie. Ik wil graag horen wat er speelt, maar ik zal misschien de verwachting van bewoners moeten temperen. Individuele casussen zullen in het algemeen niet leidend zijn voor ons beleid. Ik hoop dat andere raadsleden hier ook zo in staan.’ Marcel Sanders hoopt dat de gemeenteraad voor alle inwoners beter benaderbaar wordt: ‘We staan dichterbij de burger dan de provincie, maar in de praktijk zit ik in Schagen en Oude Sluis is dan toch vrij ver weg. De gemeente Schagen telt zesentwintig kernen en elke kern heeft zo zijn eigen dynamiek. Ik hoop dat bewoners uit alle kernen ons in de toekomst weten te vinden.’

Reacties